• Home
  • / Detentie genormeerd - J. de Lange

Detentie genormeerd

 

Auteur: J. de Lange

Nederlands - Paperback

400 pagina's  |  Wolf Productions   |  oktober 2011

Deel dit artikel


7 tot 14 dagen

Prijs: € 25,00

Geen bezorgkosten

In winkelwagen Toevoegen verlanglijstje

BESCHRIJVING

Een onderzoek naar de betekenis van het CPT voor de inrichting van vrijheidsbeneming in Nederlandse penitentiaire inrichtingen. Op 26 november 1987 werd te Straatsburg in het kader van de samenwerking binnen de Raad van Europa het Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (hierna: ECPT) gesloten. Met het ECPT wordt beoogd te voorzien in een aanvulling op de bescherming die uitgaat van artikel 3 EVRM. In dat artikel wordt het onderwerpen van personen aan foltering of aan onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in absolute termen verboden. Indien een gedetineerde meent, dat er met betrekking tot zijn detentiesituatie sprake is van schending van dit recht of één der overige in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) geformuleerde grondrechten, dan kan hij hierover een klacht indienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM). Voorwaarde is wel, dat eerst alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Niet zelden resulteert dit in een langdurige en principiële rechtsgang, die uitsluitend de schending van de genoemde rechten kan betreffen. De kern van het ECPT is evenwel gelegen in het bieden van een verdergaande bescherming aan ingeslotenen door niet-juridische middelen van preventieve aard, zoals de preambule dat uitdrukt. Die versterking is gezocht in een tot dusver unieke vorm van toezicht. Teneinde actief plaatsen te bezoeken waar personen van overheidswege worden ingesloten, is bij het ECPT het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (hierna: CPT) ingesteld. De Verdragspartijen verbinden zich jegens elkaar het CPT telkens toegang te bieden tot alle plaatsen waar burgers van hun vrijheid beroofd worden gehouden. Onder het motto ¿vreemde ogen dwingen¿ inspecteert het CPT die plaatsen van detentie en maakt daarvan rapport op. Zo nodig doet het CPT daarin aanbevelingen aan de betrokken lidstaat teneinde de detentiesituatie aldaar te verbeteren. Het rapport vormt vervolgens de basis voor een voortdurende dialoog tussen het CPT en de betrokken lidstaat. Sinds het eerste bezoek in 1990 aan Oostenrijk heeft het CPT zich een respectabele staat van dienst verworven, ook al heeft de uitbreiding van het aantal lid-staten bij het ECPT een flinke wissel getrokken op de werkzaamheden van het CPT. Het CPT zag zich voor de moeilijke opgave geplaatst detentiesituaties met een grote verscheidenheid aan sociale, culturele, historische en politieke achtergronden te beoordelen en te normeren. Het is daar onder andere in geslaagd door een geheel eigen normenstelsel voor detentiesituaties te ontwikkelen, waarbij deels aansluiting is gezocht bij bestaande internationale normen. De niet-juridische en op preventie gerichte werkwijze van het CPT verschilt in belangrijke mate van de wijze waarop detentiesituaties doorgaans worden beoordeeld, zoals door rechterlijke instanties als het EHRM. Het CPT opereert daarmee vanuit het principe dat een overwegend juridische benadering van problemen per definitie een beperkte is. Een dergelijke benadering concentreert zich immers eerst en vooral op mogelijke schending van concrete (minimum)rechten in het betreffende geval. Het streven van het CPT naar een zo menswaardig mogelijke detentiesituatie omvat evenwel meer. Wat immers juridisch niet verboden is, behoeft vanuit moreel oogpunt nog niet toelaatbaar te zijn. Zonder dat er een concrete klacht over een vermeende schending van een juridische (minimum)regel aan ten grondslag ligt, is de werkwijze van het CPT gericht op het signaleren, benoemen en bekritiseren van eventuele achteruitgang in detentie. Beoogd wordt de detentiesituatie zo te beïnvloeden dat de kwaliteit daarvan zo ver mogelijk bij de ondergrens van artikel 3 EVRM vandaan blijft. Van belang daarbij is, dat verbetering van de penitentiaire praktijk niet plaatsvindt op grond van dwingende uitspraken (of bevelen), maar dat het CPT volledig aangewezen is op de samenwerking met de betreffende lidstaat. Daadwerkelijke aanpassingen van de detentiepraktijk blijven daarmee volledig afhankelijk van de bereidwilligheid van de betrokken lidstaat.

MEDIA

DETAILS

Auteur(s)J. de Lange
Soort boek Paperback, 400 pagina's
Uitgever Wolf Productions  , Verschijningsjaar: 2011
ISBN-13 9789058503787
ISBN-10 905850378X
Taal Nederlands

JE VINDT DIT BOEK IN:

Categorieën Studieboeken  >  Rechten
De vier beloften van AKO:


1. Niet goed, geld terug

2. Bezorging waar jij dat wilt: thuis, op werk of in een filiaal

3. Veilig betalen met onder andere:
   

4. Snelle bezorging:



Vragen?
Neem contact met ons op!
Geen artikel  € 0,00
Laden...