| Boekomslag: |
‘De weg ging omlaag. Ze reden op de bodem van de zee. Waar vroeger vissen zwommen en wier bewoog, stonden nu verkeersborden en hoogspanningsmasten. Op de plek waar Harderwijkse botters netten door lees verder...
‘De weg ging omlaag. Ze reden op de bodem van de zee. Waar vroeger vissen zwommen en wier bewoog, stonden nu verkeersborden en hoogspanningsmasten. Op de plek waar Harderwijkse botters netten door de zee sleepten, waren boerderijen gebouwd met raketvormige silo’s. Op kaarsrechte akkers groeiden suikerbieten en aardappelen. In de verte, aan het einde van de asfaltweg, verrees een complete stad in die zee. Dit omgekeerde Atlantis moest een stedebouwkundige hommage worden aan Cornelis Lely, de visionaire Zuiderzeebedwinger die het allemaal bedacht had. Lelystad was de bekroning van de vaderlandse strijd tegen het water.’
Vol goede moed trokken de ouders van Joris van Casteren in 1976 naar Lelystad, waar met van alles geëxperimenteerd werd. De stad waar hij opgroeide werd geen voorbeeldgemeente, maar veranderde in de meest ongewenste plek van Nederland, geteisterd door criminaliteit en leegstand.
In dit geweldige boek beschrijft Van Casteren de troosteloze hofjes van zijn jeugd, bevolkt door Amsterdamse probleemgevallen en gesjeesde zakenlieden. Tegen beter weten in proberen de pioniers met goede bedoelingen het ideaal van een nieuwe samenleving overeind te houden. Nauwgezet doet Joris van Casteren verslag van zijn nieuwbouwjeugd, vol vandalisme en valse liefdes.
Juryrapport AKO Literatuurprijs 2009:
Op het achterplat van Lelystad van Joris van Casteren staat: ‘Lelystad gaat verder waar de roman ophoudt’. Lelystad heeft met een goede roman gemeen dat het subliem geschreven is, maar anders dan bij een roman is alles waar gebeurd. Van Casteren schrijft ingehouden en sober over een troosteloze jeugd in een nieuwe stad, bevolkt door de meest vreemde en ontspoorde types, in een tijd die bol staat van experimenteerdrift. In aparte hoofdstukken schetst hij op droogkomische wijze de historische en bestuurlijke context van het ontstaan van Lelystad. Door deze intrigerende mix van autobiografie, journalistieke reportage en geschiedschrijving ontstaat een adembenemende vorm van literaire non-fictie. In zijn kraakheldere, filmische stijl laat hij Lelystad uitgroeien tot een symbool voor het falen van de maakbaarheidsgedachte.
Zijn boek waarschuwt tegen pioniers die mensen als object van vernieuwing beschouwen en rekent af met arrogante ambtenaren en plannenmakers die geen gevoel voor schoonheid hebben en geen rekening houden met de menselijke maat. Voor alles is Lelystad een onbevangen afrekening met een jeugd. Tragisch, maar door de effectieve details tegelijk sterk hilarisch geeft het een ijzersterk beeld van hoe het was om op te groeien in de jaren ’80 en ’90 van de twintigste eeuw. Met Lelystad in een weinig benijdenswaardige hoofdrol.
Vol goede moed trokken de ouders van Joris van Casteren in 1976 naar Lelystad, waar met van alles geëxperimenteerd werd. De stad waar hij opgroeide werd geen voorbeeldgemeente, maar veranderde in de meest ongewenste plek van Nederland, geteisterd door criminaliteit en leegstand.
In dit geweldige boek beschrijft Van Casteren de troosteloze hofjes van zijn jeugd, bevolkt door Amsterdamse probleemgevallen en gesjeesde zakenlieden. Tegen beter weten in proberen de pioniers met goede bedoelingen het ideaal van een nieuwe samenleving overeind te houden. Nauwgezet doet Joris van Casteren verslag van zijn nieuwbouwjeugd, vol vandalisme en valse liefdes.
Juryrapport AKO Literatuurprijs 2009:
Op het achterplat van Lelystad van Joris van Casteren staat: ‘Lelystad gaat verder waar de roman ophoudt’. Lelystad heeft met een goede roman gemeen dat het subliem geschreven is, maar anders dan bij een roman is alles waar gebeurd. Van Casteren schrijft ingehouden en sober over een troosteloze jeugd in een nieuwe stad, bevolkt door de meest vreemde en ontspoorde types, in een tijd die bol staat van experimenteerdrift. In aparte hoofdstukken schetst hij op droogkomische wijze de historische en bestuurlijke context van het ontstaan van Lelystad. Door deze intrigerende mix van autobiografie, journalistieke reportage en geschiedschrijving ontstaat een adembenemende vorm van literaire non-fictie. In zijn kraakheldere, filmische stijl laat hij Lelystad uitgroeien tot een symbool voor het falen van de maakbaarheidsgedachte.
Zijn boek waarschuwt tegen pioniers die mensen als object van vernieuwing beschouwen en rekent af met arrogante ambtenaren en plannenmakers die geen gevoel voor schoonheid hebben en geen rekening houden met de menselijke maat. Voor alles is Lelystad een onbevangen afrekening met een jeugd. Tragisch, maar door de effectieve details tegelijk sterk hilarisch geeft het een ijzersterk beeld van hoe het was om op te groeien in de jaren ’80 en ’90 van de twintigste eeuw. Met Lelystad in een weinig benijdenswaardige hoofdrol.



















17,95


19,90





0,00














